Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

 

Korte historiek van de

Orde van de Tempel van Jeruzalem

 

De Orde van de Tempel van Jeruzalem werd in 1118 door Hugues de Payens en Geoffrey de  Saint-Omer in Jeruzalem opgericht.

Gewijd aan de bescherming van pelgrims en de verdediging van het Heilige Land, bestond zij in eerste instantie uit zeven  Franse en twee Vlaamse ridders, die zich de Arme Ridders van Christus noemden. In de eerste periode van haar bestaan voerde de Orde haar opdrachten uit vanuit haar thuisbasis, de Tempel van Salomon, in de Heilige Stad Jeruzalem. Dit onderkomen werd hen geschonken door de Frankische koning van Jeruzalem, Boudewijn II. Deze koning was de broer van Godfried van Bouillon die, tijdens de eerste  kruistocht (1096-1099), Jeruzalem veroverde. Godfried van Bouillon had trouwens altijd geweigerd de titel van koning van Jeruzalem te dragen, maar werd wel beschermer en behoeder van het Heilige Graf. De Orde werd vervolgens in 1128, tijdens het concilie van Troyes, erkend door de Paus, die haar een mystieke en strenge Orderegel gaf, opgesteld door Sint- Bernardus, de eerste abt van Clairvaux. In 1146 verleende paus Eugenius III hen het rode kruis, als symbool voor het bloed dat door de ridders werd vergoten bij de verdediging van het Heilige Land

 

Na vele roemrijke jaren wekte de zeer machtige en rijk geworden Orde, bezitster van meer dan 9000 commanderijen, de afgunst en hebzucht van haar debiteur Filips de Schone, Koning van Frankrijk. Op 13 oktober 1307 werden alle Tempeliers die zich in Frankrijk bevonden in één nacht gevangen genomen. Ofschoon de Sorbonne erop wees dat de Tempeliers niet onder de rechtsbevoegdheid van de Koning vielen, maar dat slechts de Paus bevoegd was hen te berechten, gaf de Koning zijn voornemen niet op en legde beslag op de bezittingen van de Orde. Uiteindelijk werd de Paus er toe gedwongen de Orde in 1312 feitelijk op te heffen.

Op bevel van Filip de Schone stierven Jacques de Molay, de 23ste Grootmeester van de Orde en Geoffrey de Charnay, Preceptor van Normandië, op 18 maart 1314 op de brandstapel op het Ile des Juifs in Parijs.

 

 

De Hedendaagse Orde

De huidige Ordo Supremus Militaris Templi Hierosolymitani werd opgericht in de eerste jaren van de 19de eeuw (1804) onder de auspiciën van Napoleon Bonaparte. Deze Orde werd officieel erkend in 1853 door Napoleon III. De actuele orde  streeft er naar de tradities van de middeleeuwse Tempeliersorde hoog te houden. Het richt zich vooral naar de geest van, maar beweert geen directe afstammeling te zijn van de oude Orde der Tempeliers.

De Groot- Priorij van België, en haar Commanderijen, Godfried van Bouillon, Robrecht van Veurne en Boudewijn van Gent beogen de verwezenlijking van verschillende doelen:

 

-        De instandhouding van de waarden van het Christelijk geloof en van de Westerse Cultuur.

 

-        Bijstand verlenen in een evangelische geest aan fysische en morele hulpbehoevenden, aan armen en aan zieken. Met andere          woorden naastenliefde volgens de oude tradities van de middeleeuwse Tempeliersorde.

 

-        Steun verlenen aan maatschappelijk werk, aan sociale zorg.

 

-        Bevorderen van de kennis, de wetenschap, de cultuur, de kennis van de geschiedenis, deze van de Orde in het bijzonder, en          bescherming van de natuur.

 

-        Zorg dragen voor onze broederschap met een ridderlijke ingesteldheid, ongeacht waar ter wereld onze Broeders en Zusters          wonen of verblijven.

 

-        Wederzijds respect voor elkaars overtuiging.

 

-        Verbetering van de kwaliteit van het leven door zelfstudie.

 

-        Historische, heraldische en stamboomkundige studies bevorderen.

 

-        Het oprichten en onderhouden van bibliotheken en musea, en het verzamelen van kunstwerken en objecten van historisch          belang voor de Orde.

 

Alle geplande acties, werkzaamheden en initiatieven worden bekeken en behandeld vanuit het gezichtspunt dat ze
dienstig zijn tot het bestendigen van ethische grondslagen en een moreel gedrag, nodig voor de instandhouding van de Westerse cultuur, en waarbij de eigen houding en het eigen gedrag tot voorbeeld moet strekken.