Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

 

De Groot - Priorij van België, met haar Commanderijen Godfried van Bouillon (Antwerpse Kempen) en Robrecht van Veurne (Westhoek) en Boudewijn van Gent (Gentse regio) is het regionale orgaan van de Internationale Tempeliersorde en zijn afdelingen, een twijg van de internationale, Oecumenische Leken-Ridderorde Ordo Supremus Militaris Templi Hierosolymitani, geregistreerd in Zwitserland onder het nummer CH-660.19729999-4, een bij de Verenigde Naties erkende Niet-Gouvernementele Organisatie (NGO) met Speciale Consultatieve status.


Regionale Commanderijen:

 

Commanderij Godfried van Bouillon

 

Gestart als OSMTH Vriendschapskring in juli 2003 en volwaardige Commanderij sinds april 2004.

 

Godfried van Bouillon (°1061), Hertog van Neder-Lotharingen en Markgraaf van Antwerpen, verliet in 1096 zijn kasteel te Bouillon als één van de vier leiders van de 1e kruistocht. Op 15 juli 1099 bevrijdt hij de stad Jeruzalem van de bezettende Seljuk Turken en sticht hij het Katholiek Koninkrijk van Jeruzalem. Hij aanvaardt de titel van "Beschermer van het Heilig Land", maar weigert de Koninklijke troon, omdat zijn Redder Jezus Christus daar te Jeruzalem elf eeuwen vroeger de doornenkroon droeg.

Een jaar later, in 1100, sterft Godfried van Bouillon aan een plotse ziekte en wordt hij begraven in de H. Grafkerk te Jeruzalem. Hij wordt opgevolgd door zijn broer Boudewijn I, die wel de koningstitel aanneemt.


Commanderij Robrecht van Veurne

 

Opgericht als Werkhuis Westhoek in februari 2006 en volwaardige Commanderij sinds maart 2010. Robrecht van Veurne, telg uit het geslacht van de Baronnen van Veurne, afkomstig van de heerlijkheid Huyse (Rijksvlaanderen) en te Veurne gevestigd omstreeks 1137, in opvolging van de functies van de toen daar heersende Erembalden (ook Erembauden genoemd).

 

Volgens Prof. Lieven K. Cumps was Robrecht van Veurne een van de eerste drie Vlaamse Tempeliers, samen met Hosto van Sint Omaars en Hendrik van Atrecht (Arras).

 

Zij ondertekenden de akte waarbij de bisschop van Noyon en Doornik aan de Tempeliersorde de rechten van het altaar van Slijpe en aanhorigheden overdroeg. Dit met de volledige goedkeuring van de Graaf van Vlaanderen, Diederik van de Elzas en Graaf Etienne van Boulogne (Boonen).

Robrecht van Veurne was Preceptor van Vlaanderen tussen 1140 en 1160 en aanwezig te Slijpe in 1142.



Commanderij Boudewijn van Gent



Toen de commanderij Robrecht van Veurne uit haar voegen begon te barsten ontstond het idee om uit te breiden naar de Gentse Regio, bij de stichting van de preceptorij bleek zij echter reeds voldoende leden te hebben voor de commanderij status, welke kort nadien, in maart 2015 dan ook een feit werd.

Boudewijn van Gent,
de vierde zoon van Wenemar I, heer van Bornem, die burgraaf was van Gent tussen 1074-1120, was voorbestemd om monnik te worden en verbleef een tijdlang in de Sint-Pietersabdij te Gent.

Hij verkoos echter lid van de Orde van de tempeliers te worden en vervulde hier tussen 1176 en 1179 de functie van magister cysmarinus of meester van het Westen. Hij werd in die functie in 1179 opgevolgd door Aimon d'Aiz.


Preceptorij  Arnold van Wezemaal

 

Naar aanleiding van de goede contacten met de stad Leuven ontstond het idee om onze Orde welke toch een historische band heeft met de stad Leuven uit te breiden naar deze prachtige regio.

In november 2016 werden deze ambities realiteit door de creatie van de preceptorij Arnold van Wezemaal.

 

 

Arnold III van Wezemaal die kort na 1267, en op latere leeftijd, intrad bij de orde der Tempeliers werd één van de vertrouwelingen van de toenmalige koning Filips III.

Hij ontpopte zich met de jaren als een echt diplomaat en arbiter in geschillen op koninklijk gezag en werd later commandeur van het baljuwschap van Reims en dat van Brie in de toenmalige ‘provincie’ Frankrijk.

Hij overleed in het voor de Tempeliers erg belangrijke jaar 1291 – de val van Akko – en werd begraven in de commanderij van Chevru.

 Als diplomaat vertegenwoordigt hij de in mijn ogen belangrijkste rol die de Tempeliers destijds speelden: niet zozeer die van strijder of financier, doch die van BRUGGENBOUWER. Daar staan wij ook vandaag nog voor.